Verdeel de frambozen op een bord en laat 2 uur afgedekt ontdooien op kamertemperatuur (in de koelkast 3,5 uur).
2
Voor het roerdeeg: verwarm de oven voor op 180 °C (boven/-onderwarmte, 160 °C heteluchtoven). Klop de boter, suiker, eieren en eigeel schuimig in een kom. Zeef de droge ingrediënten er voorzichtig bij en maak er snel een zwaar maar toch zacht deeg van. Doe er eventueel wat melk bij als het te zwaar is. Doe de helft van het deeg in een springvorm met bakpapier en laat 25 à 30 minuten goudgeel bakken in het midden van de voorverwarmde oven. Het deeg mag niet te donker of te droog zijn, maar moet wel doorbakken zijn (test met een prikker). Doe hetzelfde voor de andere helft van het deeg, of werk met twee springvormen in één keer.
3
Laat het deeg afkoelen en snij er dan met een glas of uitsteker. Klop het eiwit op met de suiker voor de meringue. Smeer het rijkelijk op de helft van de bodempjes, strooi er amandelschilfers over en bak 5 à 10 minuten in het midden van de oven. Hou de taartjes goed in de gaten, want de amandelen en de meringue kunnen snel bruin worden.
4
Voor de vulling: klop de room stevig op met de suiker en vanillesuiker. Zet de frambozen dicht tegen elkaar op de bodempjes zonder meringue – dit vraagt wat finesse en volharding. Schep er dikke slagroomdotten bovenop en strijk voorzichtig uit. Bewaar nog een beetje slagroom voor de zijkanten. Laat 1 uur afkoelen en smaak opnemen in de koelkast.
5
Plaats de bodempjes met meringue bovenop de bodempjes met frambozen en slagroom (met de meringue vanboven). Werk de zijkanten glad af met slagroom. Garneer en dien koud op.
Verdeel de frambozen op een bord en laat 2 uur afgedekt ontdooien op kamertemperatuur (in de koelkast 3,5 uur).
2.
Voor het roerdeeg: verwarm de oven voor op 180 °C (boven/-onderwarmte, 160 °C heteluchtoven). Klop de boter, suiker, eieren en eigeel schuimig in een kom. Zeef de droge ingrediënten er voorzichtig bij en maak er snel een zwaar maar toch zacht deeg van. Doe er eventueel wat melk bij als het te zwaar is. Doe de helft van het deeg in een springvorm met bakpapier en laat 25 à 30 minuten goudgeel bakken in het midden van de voorverwarmde oven. Het deeg mag niet te donker of te droog zijn, maar moet wel doorbakken zijn (test met een prikker). Doe hetzelfde voor de andere helft van het deeg, of werk met twee springvormen in één keer.
3.
Laat het deeg afkoelen en snij er dan met een glas of uitsteker. Klop het eiwit op met de suiker voor de meringue. Smeer het rijkelijk op de helft van de bodempjes, strooi er amandelschilfers over en bak 5 à 10 minuten in het midden van de oven. Hou de taartjes goed in de gaten, want de amandelen en de meringue kunnen snel bruin worden.
4.
Voor de vulling: klop de room stevig op met de suiker en vanillesuiker. Zet de frambozen dicht tegen elkaar op de bodempjes zonder meringue – dit vraagt wat finesse en volharding. Schep er dikke slagroomdotten bovenop en strijk voorzichtig uit. Bewaar nog een beetje slagroom voor de zijkanten. Laat 1 uur afkoelen en smaak opnemen in de koelkast.
5.
Plaats de bodempjes met meringue bovenop de bodempjes met frambozen en slagroom (met de meringue vanboven). Werk de zijkanten glad af met slagroom. Garneer en dien koud op.